Met Blue Monday in aankomst voel ik de januari blues in mijn lichaam zakken. Zachtjes neerdalend, zonder geluid. De sneeuw van afgelopen week verstomde al het geschreeuw om mij heen. Ik trok mijn kinderen op de slee en voelde mij een toeschouwer. Een observator die een witte wereld gade slaat en bekijkt vanaf een afstandje. Kalm.
Moeheid en trillingen bij rust. Dit blijkt een vitamine D gebrek oorzaak te hebben. Ik heb te weinig zon gezien, dat verbaast me niets. Dry January is zuinig met zon. Als ik deze Substack klaar heb, ga ik naar buiten. Een rondje lopen, zon op mijn gezicht, het leven opsnuiven en de eerste merel betrappen op een lentelied. Of verbeeld ik me dat maar? Omdat ik zo hunker naar de lente.
Tijdens het lopen orden ik mijn gedachten om mijn reis verder voor te bereiden. Over een paar weken vertrek ik voor twee maanden naar Frankrijk. Werken aan een app, schrijven aan een boek. Spannend, ja. Doodeng, omdat ik mijn man en kinderen achter laat. Niet een weekend, maar 60 dagen. Een astronomische periode. Kan ik dat aan? Gaan zij het trekken?
Er is ook die andere stem, van buitenaf. De stem van de samenleving. Die zegt dat ik dit eigenlijk niet mag doen. ‘Ben je dan niet bang dat je de band met je kinderen verliest?’ ‘Je moet ze wel elke dag bellen hoor, anders is het echt gevaarlijk las ik.’ Alsof zorg uitsluitend bestaat in je continue aanwezigheid. Alsof liefde verdampt zodra je een landgrens over gaat.
Toch ga ik. Omdat ik moet. Ook als experiment. Wat gebeurt er thuis zonder mij? Ik heb alles voorbereid, bijna obsessief. Al maanden ben ik alles minutieus aan het regelen, extra hulptroepen heb ik ingeschakeld voor drie dagen in de week. Extra wasmanden zijn gekocht. Mijn man zit in therapie, zodat hij de emotionele support elders vindt. Voor de kinderen heb ik advent kalenders gemaakt om het aftellen minder abstract te maken. Zestig dagen is voor een kind een eeuwigheid: ‘Want mama, hoe lang is dat eigenlijk? Dat klinkt echt zoooo lang’. Ook maken de kinderen sinds kort hun eigen ontbijt en broodtrommels klaar. Alles is gereed voor het grote vertrek.
En toch knaagt er iets. Want wie licht zichzelf uit bed ‘s nachts als er eentje wakker wordt? Wie vangt de buikgriep op? Wie luistert naar de verhalen over het schoolplein, over kleine krenkingen die groot voelen? Wie oefent Meander voor de toets, mailt met de juf, kijkt in de ouderapp en denkt aan de oudergesprekken? Wie zorgt dat schoonmaakster betaald wordt, dat de planter water krijgen en de vogelkooi wordt verschoond?
Ik heb de periode zorgvuldig gekozen. Geen feestdagen, geen verjaardagen. Behalve die van mijzelf. Die vier ik daar. Met wijn en kaas, heb ik besloten.
Tijd is voor iedereen evenveel waard, zeggen we. Tijd is gelijk. Voor ons allemaal. Maar zo voelt het niet. De tijd dat ik thuis ben, lijkt drie keer zoveel waard dan voor mijn partner. Elke minuut is gevuld met onzichtbaar werk voor anderen: fysiek, emotioneel en mentaal. Maak eens een lijstje voor jezelf, alle tijd die je vandaag fysiek hebt besteed aan onzichtbaar werk om het leven van de ander comfortabeler te maken. Fysiek werk dat de ander vaak niet eens heeft opgemerkt. Tijd die ging zitten in een vorm van emotionele ondersteuning aan een ander. Tijd die je besteedde aan mentale belasting in het voorbereiden, plannen of managen van taken voor een ander. Hoeveel tijd ben je kwijt, 40, 60 of 80%? Laat het me weten in de comments.
Zelfs de meest private momenten zijn zelden alleen van mij. Tijd voor anderen is makkelijk te besteden. Tijd voor mijzelf, mijn gedachten en gevoelens is echter schaars.
Jaren geleden las ik Sein und Zeit van filosoof Heidegger. Over zijn en Zijn. Over het verschil tussen bestaan en bewust bestaan. Het fascineerde me toen. Nu, met een gezin, lijkt dat bewuste Zijn zich af te spelen in een parallel universum buiten mijn zonnestelsel. Alles is ad hoc. Alles wordt onderbroken. En als er eindelijk een stil moment is, verdwijnt het in mijn telefoon. Alsof ik zelf de laatste restjes tijd om zeep help.
Soms voel ik me als een goudvis in een kom. Rondjes zwemmen, steeds opnieuw. Zodra ik het ene rondje heb afgerond, ben ik het andere alweer vergeten. De tijd vliegt voorbij zonder sporen achter te laten. Tijd lijkt soms niet eens te bestaan, behalve als ik door mijn Photos scroll en de kinderen in snel tempo groter zie worden. Tijd bestaat wel degelijk. En ik sta er middenin. De tijd is nu.



